Algemeen

Op deze pagina kunt u een algemeen beeld vormen van paramotorvliegen.

Paramotor(vliegen) staat onder veel namen bekend; snorvliegen, paramoteur, powered paraglider (PPG), motorschirm en ook gemotoriseerd schermvliegen.

De term "gemotoriseerd schermvliegtuig" wordt in de Wet luchtvaart voor de paramotor gebruikt.
De Franse term wordt ook veel gebruikt:"Parapente". Volgens de wet is de ongemotoriseerde versie een schermzweeftoestel.

Definitie:

"gemotoriseerd schermvliegtuig: schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder, dat over een motor beschikt;"

Paramotorvliegen vindt haar oorsprong in het parapenten. Sinds 2004 is paramotorvliegen legaal in Nederland. In veel andere landen was het al veel langer toegestaan en veelal wordt paramotorvliegen gezien als een eenvoudige luchtsport, waarvoor geen ingewikkelde wetgeving voor nodig is.

In de definitie zien we een hiaat. De paramotortrikes staan niet genoemd.
Dit probleem wordt hopelijk in het najaar van 2015 opgelost.

We nemen u eerst mee op een korte vlucht met een voetstarter.

Paramotorvliegen, voetstarter en trike

Er zijn twee hoofdgroepen paramotorvliegers:

1. De "voetstarters".
2. De "trike" vliegers

Hieronder wordt uitleg hierover gegeven gegeven.

Voetstartende paramotorvlieger

Foto: voetstartende paramotorvlieger

Op bovenstaande foto is goed te zien, dat de paramotorvlieger de motor als een rugzak op de rug draagt.
De benen van de vlieger zijn letterlijk het landingsgestel. De vlieger heeft zijn hand op de verplichte reserve parachute. Daarop zit een kleine cockpit vastgeritst.
Aan het frame waar de motor aan vastzit maakt de vlieger een harnas vast. Tijdens de vlucht wordt dit harnas tevens als zitje gebruikt. Het brandstof gebruikt is ongeveer 2 1/2 - 4 liter per uur. Met een standaard brandstoftank van 10-11 liter kan er dus lang gevlogen worden.
De gemiddelde snelheid is 36km/u. Er zijn ook schermen, waarmee snelheden tot boven de 50km/u gehaald kunnen worden. De ontwikkeling heeft de een enorme vlucht genomen.

Het lastige van paramotorvliegen is, dat je bij de start het scherm netjes boven je moet zien te krijgen en houden. Dit maakt de luchtsport overigens mede zo veilig. Je moet immers een goede schermbeheersing hebben voordat je de lucht in kunt komen.
De aanloop is afhankelijk van de wind enkele meters tot ongeveer 15-20 meter. Voor de landing, wederom afhankelijk van de wind, heb je slechts maximaal een paar meter nodig.

Het weer is vaak de spelbreker in Nederland. Door het grillige weer kan er per definitie niet heel vaak gevlogen worden. Het beste vliegweer is vergelijkbaar met dat van ballonvaarweer. Er wordt overigens ook in de winter gevlogen.

Al het materiaal is te vervoeren in een kleine midden klasse auto.

De vliegregels zijn vrijwel identiek aan de regels, die gelden voor MLA's. Ze zijn toegespitst op paramotorvliegen.
De regels staan genoemd in het Besluit luchtruim 2014.
De basis regels zijn, dat men minimaal op 150m hoogte moet vliegen en boven aaneengesloten bebouwing is dit minimaal 300m. Belangrijk is, dat men te allen tijde een veilige landing moet kunnen maken als de motor uitvalt. Bij een paramotor is het uitvallen van de motor geen enkel probleem. Nog sterker, tijdens de opleiding worden vrijwel alle landingen met de motor uit gemaakt. Een motorstoring zal dus slechts leiden tot een normale, maar ongeplande buitenlanding. In voorkomend geval wordt er in de media al gauw gesproken van een noodlanding, maar dit is bij paramotorvliegen zeer zeker niet het geval. Dit is wettelijk ook zo geborgd.
In het Besluit Burger Luchthavens staan onder artikel 8a.50 (artikel 20) de luchtvaartuigen genoemd, die een bepaalde vrijstelling hebben. Zweeftoestellen (dat zijn paramotors ook, zie definitie verder op deze pagina) zijn net als vrije ballonnen, schermzweeftoestellen en zeilvliegtuigen vrijgesteld van de verplichting op een luchthaven te landen.

Paramotorvliegen is een hele veilige luchtsport. Dit komt mede door het goede (gekeurde) materiaal, de goede opleidingen, en de lage snelheid.

paramotortrike

De paramotortrike moet niet verward worden met de MLA trike, waarbij er gebruik gemaakt wordt van een vleugel (delta) met een starre hoofdconstructie en waarbij d.m.v. gewichtsverplaatsing gestuurd wordt.

Naast het voetstarten zien we een ontwikkeling, waarbij gebruikt gemaakt wordt van een soort driewieler, de trike.
Er zijn kleine eenpersoons trikes, waarbij dezelfde motoren en schermen bij voetstarten gebruikt worden. Feitelijk is er dus weinig verschil tussen voetstarten en deze vorm van trikes.

Er zijn echter ook grotere trikes, waarbij men ook een passagier mee kan nemen. De vliegkarakteristieken, de gebruikte motoren en schermen en de benodigde terreingrootte wijken af van het voetstarten. In basis is het echter nog steeds gewoon een variant van de paramotor.

Helaas blijft IL&T er in volharden, dat een paramotortrike een MLA is.
Om een MLA te mogen besturen is een RPL (Recreational Pilot License) brevet nodig.
De opleiding tot een RPL brevet bereidt je echter zowel in theorie als praktijk niet voor op het vliegen met een paramotor.
Er zijn ook geen opleidings- en examineringsmogelijkheden.

De paramotortrike vliegt al sinds 2006 volledig legaal in het Nederlandse luchtruim rond. Dezelfde IL&T geeft immers dezelfde BVI en SBVL uit voor paramotortrikes als voor de voetgestarte versie.
In de toelichting van de vrijstellingsregeling in de staatscourant (1 juli 2015) wordt de paramotortrike als een "soort MLA" omschreven.

De KNVvL (KEI, KNVvL Examinerings Instituut) geeft aparte bevoegheden voor voetstart en trikestart uit.
Het bizarre is, dat een senior inspecteur van IL&T op 4 augustus 2015 aan de KNVvL gevraagd heeft om te stoppen met de uitgifte van de bevoegdverklaring "Trikestart".

In december 2015 heeft DGB aangegeven, dat een paramotortrike geen MLA, en ook geen gemotoriseerd schermvliegtuig als bedoeld in het Besluit luchtvaartuigen 2008.

In februari 2016 werd bij een overleg tussen DGB en de KNVvL aangegeven, dat dit hiaat in de Wet- en regelgeving een spoedige oplossing behoeft.

De voorzitter van de Taakgroep Paramotor heeft aansluitend direct contact opgenomen met het Directoraat Generaal Bereikbaarheid (DGB, ministerie van Infrastructuur & Milieu) om deze situatie opgelost te krijgen.
Van belang in deze is, dat beleid niet door IL&T, maar door het ministerie gemaakt wordt.

Meer informatie over de paramotortrike staat op de pagina "Paramotortrikes" op deze site (zie menu bovenaan).

Uit het Besluit luchtverkeer 2014:

Gemotoriseerd schermvliegtuig: schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder, dat over een motor beschikt;
Schermzweeftoestel: ongemotoriseerd schermvliegtuig, zijnde een zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur dat kan worden gedragen en slechts kan worden gestart en geland door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;

In de definitie staat, dat er gestart en geland moet worden met de benen van de bestuurder. Daarmee is een trike niet gedefinieerd. IL&T houdt vast aan de term MLA (Micro Light Aircraft) voor een trike. Er kan echter niet aan de bijbehorende eisen voldaan worden. De opleiding voor het bij een MLA behorende RPL (Recreative Pilot License) bereid de paramotortrikevlieger niet voor op het vliegen met een trike. Aan de opleidingseisen kan niet voldaan worden. Er is een vereiste, dat er 20 uur DBO (Dubbel besturings Ondericht) genoten moet worden. De eenpersoons trikes hebben geen DBO mogelijkheid.
Daarbij is het binnen de wet niet mogelijk om van een trike een MLA te maken vanwege de afwezigheid van een starre hoofdconstructie, een voorwaarde om aan de definitie van MLA te kunnen voldoen.

Het gevolg is, dat een paramotortrike formeel volgens de wet niet bestaat. Frappant is wel, dat ze gewoon ingeschreven kunnen worden. Er was afgesproken met IL&T, dat er gewacht wordt op de EASA regelgeving voor paramotors. Deze werd in april 2012 verwacht. Helaas is er nog niets bekend vanuit de EASA.

Van origine...

Van origine komt paramotorvliegen van de ongemotoriseerde versie, het parapenten of vrij vliegen genoemd.
Onderstaande video laat heel duidelijk de overeenkomsten en verschillen zien. In Nederland wordt er vanwege de afwezigheid van bergen door de parapenters gelierd gelierd.
Uiteraard hebben de paramotorvliegers geen lier nodig. Zij maken juist gebruik van de (hulp)motor.
Aan de kust mag men ook "soaren". Soaren is het vliegen met een parapente of zeilvliegtuig op stijgwind. Bij een bepaalde wind zorgen de duinen aan de kust voor de noodzakelijke stijgwind.

Is paramotorvliegen iets voor vrijbuiters?

Wat is een "vrijbuiter." Je kunt behoorlijk vrij vliegen. Echter, paramotors en paramotorvliegers moeten voldoen aan bepaalde wettelijke eisen. Binnen de kaders van de wet en regelgeving kun je jezelf als paramotorvlieger heel vrij voelen. En als je dit vrije gevoel goed uitbuit, dan wordt je vanzelf een vrijbuiter. Pas wel op! De meeste vliegers ervaren paramotorvliegen als erg verslavend...

Kun je zo maar overal opstijgen en landen?
Hoewel je in veel landen slechts toestemming van de landeigenaar nodig hebt is er in Nederland meer, veel meer, nodig om op te stijgen of te kunnen landen. Meer informatie is te vinden op de "Wet" pagina.

Het materiaal

Zowel het scherm als de motor moet aan bepaalde keuringseisen voldoen. De Duitse DULV is leidend hierin, maar er zijn meer keuringsinstanties.
De motor moet tevens aan de technische- en milieueisen voldoen, die ook voor MLA's gelden. De belangrijkste is de geluidskeuring. Eenvoudig gezegd mag de motor op 150m hoogte (minimum vlieghoogte boven niet-aaneengesloten bebouwing) met vol gas niet meer dan 60dB geluid maken. Dit is het geluid van een normaal gesprek tussen drie personen. Bij de KNVvL wordt het zgn. bijbehorende "Blauwe Boekje" aangevraagd en maakt dan deel uit van de boorddocumenten.

Elke paramotor heeft een unieke registratie. Bijvoorbeeld: PH-9C6. Dit kenteken is net als bij andere vliegtuigen duidelijk zichtbaar in het scherm.

Een paramotor moet verder een geldig BVI (Bewijs van Inschrijving in het luchtvaartuigenregister) en een geldig S-BVL (Speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid), dat elk jaar opnieuw verlengd moet worden) hebben.

Een verzekering mag niet ontbreken.

Het scherm wordt tweejaarlijks op luchtwaardigheid gecontroleerd door een bevoegde instantie, meestal de fabriek. Deze controle, die op het scherm zelf afgetekend wordt bepaald de feitelijk luchtwaardigheid van een paramotor. De paramotorvlieger is bevoegd zelf onderhoud uit te voeren aan zijn of haar motor.

Verder horen een hoogtemeter/stijgdaalsnelheidsmeter, een kompas, een helm en een reserve parachute tot de vaste uitrusting.

De paramotorvlieger

De paramotorvlieger moet een PGL (Powered Glider License) brevet hebben met de aantekening "voetstart" en/of "Trike". Dit brevet wordt uitgegeven door het KEI (KNVvL Examen Instituut).

De paramotorvlieger moet medisch gekeurd zijn. De eisen staan vermeld op de website van het KEI (www.brevet.aero).

Als men als cursist onder toezicht van een instructeur vliegt, dan heeft men uiteraard geen brevet. Medisch gezien moet de cursist een eigen medische verklaring invullen.

paramotorvliegen

Paramotorvliegen is mede door het gebruikte materiaal, de goede opleidingen en de aard van het vliegen één van de veiligste luchtsporten die er bestaat.
De luchtsport is door de relatief lage kosten bereikbaar voor vrijwel iedereen. "Henk en Ingrid" kunnen genieten van deze fantastische luchtsport.

Afstand

Je kunt behoorlijk grote afstanden vliegen. Dit is uiteraard mede afhankelijk van het scherm, dat gebruik wordt. Moderne schermen hebben een hogere snelheid, terwijl je niet meer motorvermogen nodig hebt.

Voor lange afstand vliegen moet je uiteraard wel een goede vluchtvoorbereiding doen. Met name de bovenwind is hier erg belangrijk. Maar ook het controleren van navigatie waarschuwingen (NOTAMs) en de locaties van gevoelige natuurgebieden. Natuurgebieden zijn vanuit de lucht niet altijd goed herkenbaar. Soms ziet het er uit als een gewoon weiland, maar dan blijkt het toch een Natura 2000 gebied te zijn. Als een kwetsbaar gebied niet te vermijden is, kruis zo'n gebied dan in een rechte lijn en op minimaal 1000ft.

Deze natuurgebieden staan niet op de ICAO vliegkaart. Je moet de informatie dus elders zoeken. Een paramotorvlieger heeft een speciale applicatie gemaakt, waarmee je Natura 2000 gebied als "overlay" op je GPS kaart kunt zetten (meer info over deze applicatie: klik hier).

Twee voorbeelden van gevlogen routes:

Bovenstaande route is 75 km en werd in 1.53u gevlogen.

GPS plot op een Google Earth plaatje. Deze route is 109 km en werd in 2.27 uur gevlogen.

Sociaal

Paramotorvliegen is een sociale luchtsport. Hoewel het een individuele sport is zoeken paramotorvliegers elkaar op om samen te kunnen vliegen. Paramotorvliegen wordt in Nederland niet in verenigingsverband gedaan, maar zie je wel een soort vriendenclubs ontstaan.

Het mooie van deze luchtsport is tevens, dat het volledig subsidievrij uitgevoerd wordt. Er is nooit politie nodig om het, zoals soms bij voetbalwedstrijden, in goede banen te leiden. Er is geen infrastructuur nodig, slechts een gemaaid weiland bij een boer of een vergelijkbare lokatie. Dit alles kan paramotorvliegen een hele vrije luchtsport maken. "Kan", want Nederland zou Nederland niet zijn als er geen "regeltjes" gemaakt zouden worden, die niet in verhouding staan tot de uitvoering van de luchtsport. Overregulering. Dit is niet alleen de mening van paramotorvligers, maar ook de Tweede Kamer heeft zich hier middels de motie de Rouwe/Meeuwis op 24 maart 2010 over uitgesproken.
Er wordt i.s.m. de KNVvL naar een goede passende oplossing gezocht, die recht doet aan alle partijen.

Kleding

Speciale kleding is niet nodig, behalve goed schoeisel. Het is erg belangrijk om schoenen (laarzen) te dragen, die een goede bescherming bieden aan je voeten en enkels.

Zorg ervoor, dat je voldoende warm gekleed bent. Op hoogte is het bijna altijd net iets kouder, dan op de grond. De vliegsnelheid is 36-50km/u. De propeller zorgt ook nog eens voor een extra zuigende werking. Je hebt dus met windchill te maken.

Veel vliegers dragen een winddichte overall. Het is een persoonlijke keuze wat men graag draagt.

Denk ook aan gezichtsbescherming (bril) en eventueel handschoenen. De meeste vliegers vliegen niet graag met handschoenen. Deze vliegers geven aan te weinig gevoel te hebben met de stuurtokkels tijdens de start. Toch is het verstandig om (dunne) handschoenen te dragen voor algemene bescherming.

Het vliegen in de winter is een belevenis op zich. Zeker als er sneeuw ligt, dan kan het prachtig zijn. Het zal duidelijk zijn, dat je extra beschermende kleding voor je lichaam, handen en gezicht nodig hebt. Denk wederom aan de winchill! Verwarmde handschoenen zijn dan geen luxe, maar pure noodzaak. Je kunt het zo gek maken als je zelf wilt. Er zijn motoren waar een generator (dynamo) op zit, die voor de stroomvoorziening zorgt voor o.a. electrisch verwarmde kleding. Uiteraard zijn er ook bodywarmers en handschoenen te koop, die op oplaadbare batterijen werken.

Foto: wintervliegen bij -4°C. De vlieger draagt hier een motorpak, hoofd/gezichtsbescherming en door batterijen verwarmde handschoenen.

Veiligheid

Hierboven is al aangetoond, dat paramotorvliegen om meerdere redenen heel veilig is.

De basisveiligheid op en rond de opstijg- en landingslokaties wordt geborgd door de zogenaamde RVGLT (Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen).

Praktisch gezien zou je verder slechts toestemming van de landeigenaar nodig om op te kunnen stijgen. Eenmaal in de lucht val je onder het Luchtverkeersregelement.

Starten en landen

Korte video met uitleg over starten en landen

In deze video maakt u kennis met twee start- en twee landingstechnieken.
Afhankelijk van de windsnelheid zal de vlieger ervoor kiezen een voorwaarste of achterwaartse start te maken.
Bij weinig of geen wind wordt altijd de voorwaartse start techniek gebruikt. Dit is nodig om vanaf het opzetten van het scherm continu druk in het scherm te kunnen houden, zodat het netjes boven de vlieger blijft staan.
Als het wat harder waait, dan wordt de achterwaartse starttechniek toegepast.
De vlieger staat met de rug in de wind en heeft de risers gekruist voor zich. Als het scherm opgezet wordt, dan zal er initieel vrij veel kracht (luchtdruk door de wind) in het scherm komen te staan door de wind. De vlieger kan door zijn houding iets achterover leunen om de krachten op te vangen. Als het scherm mooi boven de vlieger staat, dan maakt hij een halve draai en vervolgt hij de start net als bij de voorwaartse start.

Er worden drie landingen getoond. De eerste is een glijlanding met de motor in stationair. Als de motor uitgestaan had, dan zou de landing identiek geweest zijn.
De tweede landing is van boven gefilmd en laat een landing in een veld in Frankrijk zien.
De derde landing wordt vooraf gegaan door een nadering, waarbij de vlieger motorvermogen gebruikt. De daalhoek wordt daarmee kleiner en de vlieger kan heel nauwkeurig bepalen waar hij daadwerkelijk wil landen. De veranderende wind met de hoogte kan door minder of meer gas te geven gecompenseerd worden.

Uitrusting, documenten en eisen aan de paramotorvlieger

De uitrusting van een paramotor, inclusief veiligheidsaspecten zijn:

  • 1. Het scherm, dat tweejaarlijks door een bevoegde instantie (meestal de fabriek) gekeurd moet worden. Het scherm moet sowieso aan bepaalde eisen voldoen, die o.a. door de Duitse DULV voorgeschreven zijn.
  • 2. De motor moet ook een goedkeuring hebben om als paramotor gebruikt te mogen worden. De vlieger mag zelf de motor onderhouden. De luchtwaardigheid van een snorvliegtuig wordt door het scherm bepaald en niet zozeer dor de motor. Voor de veilige vluchtuitvoering is een motor ook niet nodig. Als de motor onverhoopt uit zou vallen, dan is er geen sprake van een noodlanding, maar een ongeplande buitenlanding. Tijdens de opleiding worden de meeste, zo niet alle landingen met de motor uit gemaakt.
  • 3. Reserve parachute.
  • 4. Helm.
  • 5. Hoogtemeter met stijg/daalsnelheidsmeter.
  • 6. Kompas.
  • 7. Brandvrijplaatje bij de "ingang van het vliegtuig" (de wet omschrijft het zo) met daarop de registratie van de paramotor.
  • 8. Geldige ICAO vliegkaart.

Documenten paramotor

  • 1. Bewijs van Inschrijving (BVI). Wordt eenmalig uitgegeven.
  • 2. PH - registratie in het scherm (BVI).
  • 3. Speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (S-BVL). Wordt jaarlijks opnieuw verlengd.
  • 4. Verzekering.
  • 5. Blauwe Boekje, geluidscertificaat, dat de motor aan de gestelde milieu eisen voldoet.
  • 6. Een door Inspectie Leefbaarheid en Transport (IL&T) goedgekeurde buitenlandse inschrijving.

Documenten Paramotorvlieger

  • 1. Brevet (Powered Glider License met de juiste aantekening(en)), tenzij het een leerling betreft. De wettelijke status van het PGL brevet is vergelijkbaar met het zweefvliegbrevet. Het PGL brevet is geldig in alle FAI aangesloten landen (controleer de verzekering).
  • 2. Medische keuring. Een leerling kan volstaan met een eigen medische verklaring. De gebrevetteerde paramotorvlieger moet een geldige keuringsbewijs hebben. Op www.brevet.aero zijn de eisen terug te vinden. Vanaf april 2013 gaan de eisen veranderen vanwege de EASA eisen (European Agency for Safety in Aviation).

Vluchtvoorbereiding en uitvoering

De paramotorvlieger wordt wettelijk gezien als de gezagvoerder van zijn of haar paramotor. Dat betekent, dat de gezagvoerder te allen tijde verantwoordelijk is voor een degelijke vluchtvoorbereiding en verantwoorde vluchtuitvoering.

Hieronder staan een aantal controle punten. De lijst is zeker niet volledig.

  • 1. Het weer. Algemeen beeld van het weer, neerslag verwachting, wind, hoogtewind, thermiek, etc. Het weer verandert snel. smartphones geven de snorvlieger de mogelijkheid om op de vliegstek zelf de laatste verwachting te bekijken.
  • 2. NOTAMs. Ook hiervoor zijn smartphone Apps beschikbaar. Bedenk ook, dat het vliegen over evenementen op zich al aan restricties verbonden is. Vaak zijn er speciale NOTAMs.
  • 3. Terrein check. Controleer de geschiktheid van een terrein. Het terrein moet sowieso voldoen aan de RVGLT (Regeling Veilig Gebruik Luchthavens en andere Terreinen), zie Links pagina.
  • 4. Vlieg met respect naar omgeving en milieu. Hoewel snorvliegen nauwelijks tot niet verstorend is voor de natuur moet je te allen tijde vermijden, dat je in situaties komt waarbij je toch verstorend bezig bent.
  • 5. Houd je aan de regels, die gesteld zijn in het Luchtverkeersregelement.
  • 6. Bij een normaal vliegtuig moet je een load & balance check maken,. Voor paramotorvliegen is dit niet nodig vanwege de aard van het vliegen. Van belang is wel, dat je binnen de limieten van het scherm (gewicht) blijft. Bij tweezits trikes kan een hoog gewicht leiden tot ongewenste belasting van de omgeving (motorvermogen). Gebruik gezond verstand.
  • 7. Negatieve beleving. Het geluid, dat we produceren is in decibels laag, maar het komt uit een onverwachte hoek. Uit de hoeveelheid zwaaiende mensen op de grond zou je kunnen concluderen, dat we net als luchtballonnen graag geziene gasten zijn. Er zijn echter mensen, die zich storen aan onze aanwezigheid (en ook die van ballonnen). Dat is niet te voorkomen. Door goed met je gashandel om te gaan (één stand laten staan) en niet op een plaats te blijven boven de grond hangen zal de eventuele negatieve geluidsbeleving aanmerkelijk minder worden. Vermijd daarom ook het tegen harde wind in vliegen in de buurt van gevoeilige gebieden.
  • 8. Het belangrijkste: gebruik gezond verstand en neem je verantwoordelijkheid.

Referenties

Op de "Links" pagina staan referenties naar de diverse wetten en regelgevingen.

Foto: Francis Cormon, www.photo-paramoteur.com